|
LUCIFER, LUCIFER ( I ) Klein voorwerp. Nietig. Voortgebracht uit een machtige stam. Als aantal in een doosje, een nuttig instrument. Houvast aan een vlam. Goed droog. In kastjes, lades, broekzakken en tasjes. Of in reserve gehouden, voor als de aansteker, zo’n knetterend apparaat in de keuken, het weer eens niet doet. (Vlam in zwavel, zon op een stokje) Voorlopig voorwerp, want voor enkele seconden dienstbaarheid aan een kaars, suizend gas of een nieuwe sigaret, is het met één streek in vuur en vlam, in as omgezet. Betovering in een kinderhand. Keer op keer teruggedacht tot wie ooit een vuur ontstak. Vuur van eer, gevaar en geborgenheid. Daarom branden kachels en huizen, gloeien vroomheid en passie in mythen en verhalen. Ooit stal Prometheus een vonk van de goden en vatte Lucifer vlam aan de idee van macht. Sindsdien smeult betovering als vuur in de dingen van de dag. Wie wil hiervan de schilder zijn En zijn blik schroeien aan de hitte van dit alledaagse gezag? Een waaghals worden, niet onnozel, maar doordacht. Zó bewust, je geest in de dingen dringen om te ontmoeten wat je niet verwacht. LUCIFER, LUCIFER ( II ) Anna Sietzema wil deze schilder zijn. Geen verhalen wil zij ons vertellen over de dingen. Hun bestaan wil zij documenteren noch becommentariëren. Ons verleiden met een kunstig stuk of treffend schildersgebaar wil zij evenmin. Wel heeft zij een bijzonderere interesse in dingen en wil zij er iets in vinden en mogelijk maken. Nieuwe betekenissen delven om haar lege doek te bestemmen. De van oorsprong hele kleine, onopvallende, bijna ding-onwaardige dingen worden in haar schilderijen met een andere dimensie bedacht. Het lijkt of de dingen worden verlaten en op afstand, in ruimte en tijd gezet. Deze schilderijen tonen een ander bestaan, een andere werkelijkheid van de dingen. Ze zijn ontmanteld, aan de zwaartekracht onttrokken en van alle aardse betekenissen ontdaan. Een simpel ding, een lucifer, ligt aan de oorsprong van een nieuwe reeks schilderijen. In zijn specifieke gedaante is een elementaire vorm gevonden en in zijn volume het vlakke aspect ontdekt. Zijn substantie is verwisseld voor verf, zijn dienstbaarheid gericht op kleur en licht. Zijn aantal is tot vlakvullende repetitie gemaakt. Tegenover deze schilderijen staand, in aandacht voor hun schilderkunstige kwaliteiten, ontstaat de gewaarwording van een wonderbaarlijke overgang naar een werkelijkheid ontdaan van alle zwaarte. Het schilderij, toch zo stevig en solide, schijnt in deze aandacht te verdwijnen, plaats te maken voor een ruimtelijke ervaring, die van het doek af het bewustzijn vult. Maar van wonder of illusie is geen sprake. De schilder heeft doelbewust haar schilderijen naar deze grenservaring gebracht. Een ervaring die zich voltrekt in de overgang van waarneming naar perceptie en teweegbrengt, dat de vaste en zekere bestaanswijze van vorm, kleur en materie wordt ontkracht.. Je wordt als het ware in een zwevende toestand gebracht, waarin de verloren zekerheid geen beangstigende, maar eerder gevoelens van verrukking oproept. Met de wijze waarop de olieverf is aangebracht, als een emulsie zo broos en open, waardoor massa en transparantie erin ervaarbaar zijn en voor het oog nauwelijks begrenzingen tonen, worden de vormen dienstbaar aan het zachte schijnsel dat ze belichamen. Het kleurgebruik ligt soms op de grens van wit en kleurworden. De ervaring van gekleurd licht die hieruit voortkomt, maakt onzeker naar wat er werkelijk te zien is. De geraffineerde werking van complementaire tinten, die lijken over te gaan van lichtere naar donkere gradaties en daarmee de transformatie van vorm naar tegenvorm, van vorm naar ruimte, van kleur naar licht in gang zetten. Het gevoel voor maat, verdeling en ritmiek ondersteunt de verwarrende, heerlijke, vernietigende werking, die van deze schilderijen ten opzichte van het zekere vastomlijnde bestaan van dingen uitgaat. ’Concentratie is de natuurlijke vroomheid van de ziel’ schreef de Franse filosoof Malebranche in de achttiende eeuw, in dezelfde tijd dat de Franse schilder Chardin zijn aandacht richtte op de ‘mise-en-scene’ van alledaagse bezigheden en dingen. Nu heeft het woord ‘vroomheid’ inmiddels een beperkte religieuze betekenis gekregen, maar opgevat in de betekenis van ‘concentratie’ geeft het een gemoedsgesteldheid aan, waarin de ontvankelijkheid voor het ‘andere’ ontstaat. Een lucifer aangestoken door deze schilder, brandt van vuur naar geest, van kleur naar licht, van ding naar beeld, van voorstelling naar ervaring. Ton Mars De tentoonstelling Lucifer werd op 4 maart 2000 geopend door Ton Mars (docent aan de kunstacademie Minerva te Groningen) in Museum Smallingerland te Drachten. |